zaterdag 16 december 2017

Kroniek van een aangekondigd boek

Hoe lang schrijf je aan een boek?
Deze vraag moet ik heel vaak beantwoorden en het antwoord is bij elk boek weer erg verschillend. In het geval van Ketters van de Kemmelberg is het een erg genuanceerd en dus nogal moeilijk antwoord.
Het prille idee voor deze historische roman kreeg ik omstreeks 2007 - tien jaar geleden dus. Maar de eerste versie belandde in mijn schuif, bleef daar een hele tijd zitten, kwam weer eens naar boven, werd nog wat bijgeschaafd en weer eens aangevuld en geredigeerd. Nieuwe lectuur en andere verhalen leverden bijkomende ideeën voor het script. Ik bleef schaven, schrappen en schrobben en uiteindelijk is het boek er in december 2017.
Die lange wordingsgeschiedenis kon omdat het een historische roman is: die verouderen niet zo snel. Meer zelfs: het verhaal won aan actualiteit omdat er ineens raakvlakken waren met de hedendaagse godsdienstoorlog en jonge beeldenstormers van de 16de eeuw veel gemeen hebben met de Syriëstrijders van nu.

Eén van de historische nevenpersonages in de roman is Petrus Plancius. Over deze beroemde Dranouternaar schreef ik in 2008 het biografisch essay Een slimme jongen die goed kan vertellen in de reeks cahiers van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers.
In het voorwoord van het boekje verwees ik al naar mijn manuscript van een historische jeugdroman. Het werd dus toch geen loze belofte!

"In het manuscript van wat een historische jeugdroman over de 16e- eeuwse godsdiensttroebelen in het Westkwartier kan worden, laat ik Herlinde, het zusje van het hoofdpersonage Walram Baeldes uit Nieuwkerke, verliefd worden op Pieter Platevoet. Ze heeft hem op de markt van Ieper ontmoet. Pieter is heel lief, maar ook heel slim, ‘want hij studeert aan de Latijnse school van Hondschote’, vertelt ze aan haar broer als ze op 2 juni 1566 vanaf de top van de Kemmelberg het Vlaamse heuvelland overschouwen. Van Pieter weet ze dat de Casselberg hoger is dan de Kemmelberg, de jongen had blijkbaar een grote interesse in geografie. Hij kon ook ontzettend goed vertellen, wat hem later als predikant goed zou uitkomen.

Maar het is niet meer dan een kalverliefde tussen Herlinde en Pieter en hij verdwijnt uit haar leven. Later verdwijnt ook haar broer Walram. Hij heulde met de geuzenbende van Jan Camerlynck en moest op de vlucht naar het Noorden. Pas op 5 mei 1584 waagt hij zich weer in Nieuwkerke en ziet hij zijn zusje terug in het leeggelopen en verwoeste dorp. Ze zit met een Spanjooltje aan de borst, want de Spaanse soldaten hadden de handen vol gehad met het weerbarstige Westkwartier. Walram glundert als hij zijn zus over Platevoet vertelt: ‘Zeg, ken je Pieter Platevoet nog, Herlinde? De jongen die je achter mijn rug ontmoette op de markt in Ieper… Ik sprak vele jaren geleden in Haarlem met een man die hem goed kende. Pieter is in Holland een vooraanstaande man geworden, weet je! Hij studeerde in Engeland en in Duitsland en hij was een tijdje predikant in Menen. Hij werd er door de katholieken op de hielen gezeten en hij kon zijn hachje alleen redden door in de Leie te springen en naar de overkant te zwemmen. Hij vluchtte naar het Noorden. Nu is hij predikant in Amsterdam. Hij noemt zich Petrus Plancius en hij tekent voor de Nederlandse zeevaarders kaarten en plattegronden van alle streken en zeeën over de hele wereld…’ Herlinde luistert met stijgende belangstelling naar haar broer. ‘Waarom bleef ik niet langer op hem verliefd? Dan was ik nu vast rijk en welstellend…’ mijmert ze. En dat zag ze goed, want haar jeugdvriendje was in Holland een bemiddelde edelman geworden. Maar of hij haar lieve jongen zou zijn gebleven, is nog de vraag: de calvinist Petrus Plancius werd gevreesd en gehekeld om zijn strenge houding en stuurse inzichten.

Zo moffelde ik de eenvoudige volksjongen uit Dranouter die een gewaardeerde theoloog en een geprezen cartograaf in Amsterdam werd en nooit meer terugkeerde naar zijn geboortedorp, in de fictieve geuzenroman. Sindsdien bleef de echte Pieter Platevoet me achtervolgen. Ik was geïntrigeerd door zijn belangrijke rol in de Hollandse godsdienstkwesties en gefascineerd door zijn wonderlijke kaarten en globes. Platevoet uit de jeugdroman werd Plancius in dit cahier."



Geen opmerkingen:

Een reactie posten